Schnitzel met zuurkool en knoedels maken

clock-time-2 1,5 uur     10002 2           add-icon-76240 rasp, mandoline, deegplank en scherp mes


Onze oosterburen zijn echte Bourgondiërs. Als ik aan Duits eten denk, denk ik aan braadworst en schnitzel. Op z’n tijd geniet ik dan ook echt van een stevige maaltijd. Aangezien ik op mijn zout inname let, heb ik ervoor gekozen om een alternatief voor de met zout gefermenteerde zuurkool te bedenken. Ik heb een snelle zuurkool gemaakt die heerlijk fris en fruitig smaakt. Daarbij hoort dan ook een zelf gepaneerd schnitzel en knödels. Om het gerecht tot een geheel te maken heb ik en super makkelijk sausje erbij gemaakt.

Ingrediënten

  1. Kruiduitseingredientenmige aardappelen 250 gram (geschild).
  2. Maizena of tarwebloem 50 gram ( voor de knödel).
  3. Melk 200 ml.
  4. Witte kool 300 gram.
  5. Kruidnagel 4 stuks.
  6. Suiker 1 tl.
  7. Azijn 500 ml.
  8. Water 500 ml.
  9. Citroen 1 stuk.
  10. Kalfsvlees (mager stukje).
  11. Paneermeel.
  12. Eieren 2 stuks.
  13. Kerriepoeder 2 tl.
  14. Maizena of tarwebloem 30 gram. (voor de saus)
  15. Ketchup 1 tl. (zoutwijzer)
  16. Mosterd 1 tl. (zoutwijzer)
  17. Bouillon of melk 400 ml (voor de saus)



Bereiding

    • Rasp de witte kool; gebruik hiervoor een mandoline. Was de witte kool en doe het in een pannetje.
    • Giet de kool onder met water en azijn, de kruidnagel en 1tl. suiker.
    • Breng het geheel aan de kook en laat dit ongeveer 45 minuten rustig door koken.
    • Begin ondertussen met het schillen, wassen en koken van de aardappelen.

Als het goed is staan nu twee pannen op het vuur te pruttelen. Gebruik deze tijd om het vlees voor te bereiden.

    • Snijd het vlees in plakken van ongeveer 3 cm dik.

Het vlees dien je dwars op de naad te snijden (zie ook you tube filmpje). Als je deze verkeerd snijd wordt het vlees taai.

    • Sla de plakken met een vleeshamer plat.
    • Kruid en paneer het vlees met de kerriepoeder en wat bloem.
    • Split het eiwit van het eigeel en bewaar het eigeel voor de knödels.
    • Haal het vlees door de eiwit en bedek het daarna met paneermeel

Belangrijk is om het aan beide zijde goed aan te drukken. De schnitzel is klaar wanneer deze aan beide zijden een goed laagje paneermeel heeft.

    • Controleer de aardappelen en de zuurkool. Wanneer deze gaar zijn haal je deze van het vuur.
    • Giet het vloeistof uit beide pannen en doe zuurkool in een bakje.
    • Doe de aardappelen terug in de pan om af te koelen.
    • Was de citroen grondig en rasp boven de zuurkool het schil van de citroen.
    • Pers deze zelfde citroen en voeg je het sap toe aan de zuurkool.
    • Laat de kruidnagel in het bakje zitten. Deze haal je pas eruit als je gaat opscheppen.
    • Ga verder met de aardappelen door deze te prakken met een scheut melk tot deze smeuïg is.
    • Daarna voeg je de 50 gram maizena bij en meng dit met een spatel tot een dikke deeg.
    • Tot slot voeg je het eigeel toe aan het deeg voor de binding.

Zodra dit gemengd is controleer de dikte van de deeg. Deze moet luchtig aanvoelen en net niet aan je vingers plakken. Mocht deze iets te plakkerig zijn voeg dan beetje bij beetje wat bloem toe totdat deze niet meer plakt (zie youtube video voor de juiste substantie).

    • Bak de schnitzel.

Bak deze om middelhoog vuur in een bakpan goudbruin aan beide zijden. Zodra de schnitzel klaar is zet je deze onder aluminium folie.

    • Maak ondertussen een sausje.

Doe een beetje bloem of maizena in sauspan met een scheut olie. Op middelhoog vuur het papje dat ontstaat even bakken. Daarna voeg je geleidelijk bouillon of melk toe totdat het de dikte van een sausje heeft. Tot slot roer je de mosterd en tomatenketchup door de saus.

    • Breng water in een ruime pan aan de kook en doe de knödels in het kokend water.

Eerst zullen ze zinken en na ongeveer 40 seconden komen ze al boven drijven. Haal ze dan meteen weer uit het water, want dan zijn gaar.

    • Alles is nu klaar voor uitserveren.

Tips: 

  1. Zuurkool kan je makkelijk een dag eerder maken en op de dag zelf opwarmen. De zuurkool kan zowel warm als koud geserveerd worden.
  2. Varieer met de kruiden voor de schnitzel.
  3. In plaats van kalfsvlees kan je ook kip of varkensvlees gebruiken. Gebruik wel altijd een mager stukje vlees.
  4. Mocht je nou aardappelen over hebben van een andere maaltijd gebruik deze dan voor het maken van de knödels.

duitsgerecht

GUTEN APPETIT



      

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »